vrijdag 6 december 2013

Tijd en ambitie

In het vorige artikel "Kwantiteit of kwaliteit" stelde ik terloops de vraag of een speler de ambitie heeft om in de promotiedivisie te spelen.

Bij de vrouwen hoef ik die vraag niet te stellen maar het is wel jammer dat diverse speelsters, die in mijn ogen daar wél het niveau voor hebben, (op dit moment) niet bereid zijn om op dat niveau te spelen en trainen. De hoeveelheid trainingsuren en vooral de reistijd bij uitwedstrijden is een belemmering voor het volgen van een studie of is niet goed te combineren met stage/werk.

En dan zijn er ook nog speelsters die cru gezegd 'geen zin' meer hebben. Zo jammer! Het gaat in sommige gevallen om meiden die ook nog eredivisie hebben gespeeld. Op dat niveau niet top (op een enkeling na) maar ze zijn zeker goed genoeg voor de promotiedivisie.

Niet alleen in Groningen zal dit probleem spelen. Ik weet van een ex-Groningse (thans woonachtig in Amsterdam) dat zij bij haar club niet op het hoogste niveau speelt omdat ze het te druk heeft met werk en studie. Een club die kans maakt op plaatsing voor de eredivisie.

Het geeft aan hoe problematisch in Nederland het vrouwenbasketball is. In Duitsland blijven vrouwen langer op het hoogste niveau spelen, en debuteren meiden niet op zo'n jonge leeftijd op het hoogste niveau als hier in Nederland. En ook in Spanje is de situatie anders dan in Nederland (vergelijkbaar met Duitsland). Gevolg? De nationale ploegen van Duitsland, Spanje enz. bestaan uit speelsters met meer ervaring dan Nederland. En, dat is vaak van doorslaggevende betekenis.

Is het de emancipatie die contra-productief werkt? Persoonlijk denk ik dat het gebrek aan geld (wat beschikbaar is voor vrouwenploegen) bepalend is. Speelsters krijgen geen salaris, spelers wel. Een Nederlander die niet tot de topspelers behoort krijgt nog altijd een redelijk salaris. Waar hij in ieder geval van kan rondkomen. De topspeelsters van en in Nederland mogen blij zijn met een onkostenvergoeding en gratis kleding.

Voor de mannen is het een baan die ze, omdat het ooit een hobby was, met veel plezier uitoefenen. Voor de vrouwen blijft het (vooralsnog) een hobby. Als je dan een universitaire studie weet af te ronden, en aan het werk kunt, dan is de keuze vrij snel gemaakt. Zeker als blijkt dat je die baan niet kunt combineren met drie trainingen per week en een uitwedstrijd eens in de twee weekenden.

Meer sportsters ondervinden dit probleem. Reden waarom het waarschijnlijk nooit wat wordt. Basketball heeft ook nog eens de "pech" dat het in Nederland zo'n kleine sport is dat er ook geen hoop is. Zelfs de mannen zijn niet in staat om er een volwaardige professionele competitie van te maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen