donderdag 1 mei 2014

Praatjes vanaf de zijlijn

Tijdens de wedstrijd Apollo vs Flames werd er een Amsterdamse fan weggestuurd door de scheidsrechters. Hij zou, volgens ooggetuigen, hebben geroepen "Je moet wél aan twee kanten fluiten!". Dat vind ik absoluut geen uitspraak waarom je iemand wegstuurt maar ja, daar denken diverse scheidsrechters blijkbaar heel anders over. Een vriend van me werd immers weggestuurd omdat hij riep "Ze mogen ook alles!" (Groene Uilen vs Uball, vrouwen promotiedivisie).

Als scheidsrechter zou je je daarvoor moeten afsluiten. Commentaar is er toch wel. In een kleinere, minder gevulde hal hoor je dat soort uitspraken beter dan in een grote, goed gevulde Martiniplaza. Terwijl daar dingen worden gezegd die fatsoensnormen wél overschrijden.

Je zou als scheidsrechter, zonder nu arrogant te zijn, moeten denken dat jij weet wat je doet én dat je je taak naar behoren uitvoert. Toeschouwers zijn, als het gaat om spelregelkennis, immers lang niet allemaal deskundig!?!

Op het moment dat je aandacht gaat besteden aan commentaar van het publiek ben je niet meer met de wedstrijd bezig. Critici verwijderen is zwak, zeker als het geen onfatsoenlijke uitspraken zijn. Helaas ontbreekt bij te veel scheidsrechters het vermogen van zelfreflectie: niet inzien dat ze inconsequent zijn, niet inzien dat ze arrogant zijn (of in ieder geval arrogantie uitstralen), niet inzien dat het ze ontbeert aan communicatieve vaardigheden, niet beseffen dat ze geen persoonlijkheid hebben en dat geforceerd proberen te compenseren met autoritair gedrag (wat ze niet eens gezag oplevert!).

Je leest nog wel eens dat er meer geld moet worden uitgegeven aan scheidsrechters. Dat ligt er maar net aan HOE je dat geld gaat besteden. Weerbaarheidstrainingen, rollenspelen, workshops ter bevordering van persoonlijkheid zijn allemaal prima ideeën maar als het puur gaat om meer onkostenvergoeding dan ben je heel verkeerd bezig. Het probleem zit 'm in mijn ogen ook echt niet in spelregelkennis. Men voelt wedstrijden niet aan en kan situaties niet goed inschatten. Het aanvoelen van de wedstrijd mag niet leiden tot het marchanderen met de spelregels. Je moet de wedstrijd kunnen 'lezen'. Als je dat kan zul je veel vaker terecht constateren of iets een fout is of juist niet. Nu fluit men veel te vaak voor 'de beweging'. Voor wat men DENKT te zien in plaats van wat er daadwerkelijk gebeurt. Het zorgt ervoor dat het spel zeer matig is en blijft.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen